de vier perioden van den dronkenschap:
1. Prikkeling. Het bloed vloeit toe op buitengewone wijze door de fijne adertjes, de beweegzenuwen zijn belemmerd en kunnen bijna niet meer bevelen. Men bevindt zich in eene soort van ongewone gesteltenis tot lachen.Het lichaam is nog ongedeerd, maar de geest is minder vrij en werkzaam. Men is gelijk verbeest ;
2. Verslapping van de spieren. – De alcool wordt in grooter hoeveelheid ingenomen. Het zenuwstelsel begint werkelijk te lijden; de benedenlip zakt en de tong wordt dik, de handen zijn minder vast. De spieren van het gezicht krijgen het eerste brandmerk van de onnoozelheid :
3. Zedelijke verslapping. – Het verstand ook wordt aangetast; onklaarheid in de hersenen; de gedachten zijn min duidelijk en wanordelijk. De long kan aan den wil niet meer gehoorzamen om de gedachten te uiten. Het verstand wordt enger, De goede gewoonten die wij door de opvoeding aangeworven hebben, verdwijnen, het dierlijke in ons wordt wakker;
4. Waanzin. -De aandoeningen verdwijnen, de bijzondere prikkelingen, welke de hersenen door de zenuwen verkrijgen. bestaan niet meer; de hersenbanden zijn onder den slaapwekkenden invloed van den alcool, geheel het lichamelijk stelsel is als opgehouden; men is dooddronken.
Bericht aan degenen die denken en gelooven, volgens de drinkliedjes: Een nacht van drank en vreugd is maar een spel. — Een onheilspellend spel. dat is klaar!
uit : De Geneesheer der armen van Doctor Beauvillard, 1929
U bent gewaarschuwd